| ZwedenTrainingen | ||
![]() |
||
Site Menu:
|
Het begrip
Emotionele Intelligentie
Peter Salovey, psycholoog aan de Yale University en John Mayer van de University of New Hampshire, hebben eind jaren tachtig een omschrijving van het bredere concept emotionele intelligentie gegeven. Vijf dimensies komen in dit verband aan de orde, die hierna kort worden uitgelegd.
Gevoelens zodanig hanteren dat ze positief
bijdragen aan het leven. Mensen die slecht erin slagen gevoelens van
overmatige angst, depressie en irritatie af te weren hebben veel minder
energie ter beschikking voor productieve doelen. We "managen" onze stemming en
gevoelens op diverse manieren: door het lezen van een roman, het kijken naar
een televisieprogramma, door sportbeoefening, of door het tot ons nemen van
genotmiddelen.
Jezelf kunnen motiveren. Emotionele
zelfcontrole en uitstel van impulsen maakt mensen productiever in hetgeen ze
ondernemen. In een experiment kregen vierjarige kinderen de volgende keuze:
zij konden nu een marshmallow opeten of wachten tot de proefleider een
boodschap had gedaan en er dan twee krijgen. Degenen die 15 tot 20 minuten
konden wachten en zichzelf vaak hielpen door hun ogen met hun handen te
bedekken om al dit lekkers niet steeds te hoeven zien, bleken na de middelbare
school uitblinkers te zijn. In sociaal opzicht waren ze vaardiger, effectiever,
assertiever en beter bestand tegen de frustraties van het leven dan een grote
groep van de marshmallow-eters die niet kon wachten. Ze waren minder
neurotisch, gek op uitdagingen en betrouwbaar. Ze konden nog steeds uitstel
van bevrediging met het oog op een bepaald doel verdragen. Met het oog op
opvoeding liggen hier wel praktische wenken. Bijvoorbeeld uitstel van
impulsbevrediging en het goed beoordelen van een sociale situatie kunnen
worden geleerd. De ontwikkelingspsycholoog Walter Mischel, die de
bovengenoemde studie met de marsmallows uitvoerde, stelt dat doelgericht
jezelf opgelegde uitstel van bevrediging waarschijnlijk de essentie is van
emotionele zelfregulatie. Dit kunnen we onze kinderen proberen bij te brengen.
Empathie: het herkennen van emoties in
anderen. Mensen die beter in de gaten hebben welke subtiele sociale tekenen
aangeven wat een ander nodig heeft, maakt hen betere leraren of verkopers. Het
ontstaan van een gebrekkige empathie wordt meestal geplaatst in de relatie
tussen moeder (verzorger) en kind in de eerste kinderjaren beginnend vanaf
acht maanden. Er zijn opvoeders die systematisch bepaalde gevoelens van hun
peuters en kleuters negeren en daarmee niet, wat we noemen, responsief zijn.
Ontwikkelingspsychologische experimenten hebben het belang van responsiviteit
van de opvoeder aangetoond. In ontdekkende psychotherapie wordt via het proces
"correctieve emotionele ervaring" met name op dit punt vaak verbetering
aangebracht in de belevingswereld van de patiënt.
Het kunnen hanteren van emoties van anderen.
Deze vaardigheid maakt mensen tot goede leiders en maakt ze populair. In het
om kunnen gaan met gevoelens van anderen toont zich doorgaans het vermogen de
eigen gevoelens te herkennen en hieraan vorm te geven. Bron: PEN
Ferdinand en Koen
Twee Nederlandse
jongens, Ferdinand en Koen zaten al samen op de basisschool. Daarna waren ze
naar andere scholen gegaan, maar onder anderen hun passie voor lange wandelingen
had de vriendschap door de jaren gehandhaafd. Beide jongens zijn nog nooit zo
ver van huis geweest als op dit moment. Ze vieren vakantie in Zweden, ze vinden
het erg spannend. Ze hebben wilde plannen, ze gaan een voettocht maken en het
lijkt ze erg ‘cool’ om die beren die hier nog zouden zitten, eens van dichtbij
te bekijken.
Ferdinand was
altijd al de slimmerik van de twee. Hij kon goed leren, ging naar het gym en
sloeg zelfs nog een klas over. Sommigen noemden hem zelfs hoogbegaafd. Koen
daarentegen was een onopvallende leerling, hij kon maar net meekomen. Hij bleef
hij ook nog eens zitten, omdat hij het te druk had met zijn hobby’s. Nee,
uitblinken deed hij zeker niet. Hij bleef altijd net iets onder de middelmaat.
Met name omdat Ferdinand meeging, vonden de ouders het acceptabel dat deze
jongens samen zo ver weg op vakantie gingen.
In het schitterende
Zweedse Värmland maken ze een reeks wandeltochten. Ze hebben speciaal voor deze
gelegenheid bergschoenen gekocht en ze zijn van plan om er goed gebruik van te
maken. Vandaag gaan ze verder dan anders, ze hebben al uren geen mensen meer
gezien… als ze plotseling in de verte een grote bruine beer zien aankomen
Normaal gesproken probeert zo’n dier de mens te ontlopen, maar als haar jongen
in het geding zijn… De beer beweegt met grote snelheid in hun richting en nu
hun fantasie werkelijkheid lijkt te worden, klopt het hart hun in de keel.
Ferdinand,
vanzelfsprekend goed in fysica en wiskunde, maakt een snelle berekening... Hij
kent ook z’n eigen prestaties op de sprint en geeft zichzelf, gezien de afstand
tot de ondertussen aanstormende berin een 800 meter… 700 meter… 600 meter...
Ferdinand constateert tenslotte stotterend dat de beer in ongeveer 20 seconden
bij ze zal zijn. Inmiddels zit Koen tamelijk rustig zijn schoenveters los te
trekken.
“Wat doe jij nou?”,
vraagt Ferdinand.
“Ik trek mijn
schoenen uit”, zegt Koen, “want dan kan ik harder lopen”.
“Dat heeft geen zin”,
brengt Ferdinand nog uit, ''want die beer haalt wel 50 km per uur!”
Voordat Koen
wegsprint roept hij nog: “Voor mij is het voldoende als ik jou voorblijf”.
Vrij naar en met
dank aan Robert Sternberg (1997) en Jan Derksen (1998)
|
|
|
www.zwedentrainingen.com © 2005 |
Home •
Cursusaanbod •
Maatwerk •
Training •
Survival •
EQ •
Personalia •
Contact
Graphic Design by Therapeutikon |
|